0648
Hervormde Gemeente Lichtenvoorde, 1625-2000
Inleiding
1.1. Een bijdrage tot de geschiedenis van de Hervormde Gemeente te Lichtenvoorde 1.1.4. Het college van kerkvoogden en notabelen
Dit college heeft als taak het beheer over de kerkelijke goederen en fondsen te voeren. Dit houdt onder meer in het onderhoud van het kerkgebouw, de pastorie en andere bezittingen, het betalen van de predikant, de koster, de organist, alsmede het betalen van de belastingen over de bezittingen en het innen van kerkelijke heffingen. Al in de voorreformatorische periode wordt het beheer van de miskapel opgedragen aan kerkmeesters (1602). Ook na de hervorming wordt deze functie gehandhaafd. De hieraan verbonden werkzaamheden worden vanaf circa 1712 door één persoon, die tevens koster en schoolmeester is, vervuld. Van het door hem gevoerde beheer doet hij jaarlijks rekening en verantwoording. De rekeningen worden gesloten en afgehoord door de richter de predikant en de overige leden van de kerkenraad; later voor de drost van het Schoutambt Lichtenvoorde. In 1823 vindt een naamswijziging plaats. Op basis van het in 1821 opgestelde en in 1823 in werking getreden Reglement op de Administratie van Kerkelijke Fondsen en Goederen komen de gemeenteraad en de kerkenraad op 20 augustus 1823 bijeen.
Aan hen wordt opgedragen de nominatie van het college van kerkvoogden en notabelen. De door hen voorgedragen personen worden in december 1823 door koning Willem I benoemd en in februari 1824 wordt aan de gemeente bekend gemaakt dat het college in functie is getreden. Het college bestaat uit drie kerkvoogden, vier notabelen en twee plaatsvervangers. De eerste afzonderlijke vergadering van het college wordt op 5 mei 1851 gehouden. Voor en na die datum hebben gecombineerde vergaderingen met de kerkenraad plaatsgevonden. De verkiezing van notabelen geschiedt door de stemgerechtigde lidmaten. De notabelen worden benoemd door het Provinciaal College van Toezicht. In gevolge het plaatselijk reglement op het beheer va kerkelijke goederen en fondsen uit 1896 dient om het jaar een kerkvoogd en een notabele af te treden * .
In 1951 wordt besloten het aantal notabelen van drie op zes te brengen, zodat het college dan uit 9 leden bestaat. De notabelen zijn belast met het inzamelen van de collecten tijdens de eredienst en met het bezoeken van gezinnen die nalatig blijken te zijn in het betalen van de Hoofdelijke Omslag. Op 16 januari 1954 wordt het plaatselijk reglement gewijzigd. Het ambt van notabele wordt afgeschaft en in plaats daarvan worden vier nieuwe kerkvoogden gekozen * . Het bovenstaande geeft een indruk van de historische ontwikkeling van de twee belangrijkste colleges van de hedendaagse hervormde gemeente Lichtenvoorde.
Inventaris
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||