Uw zoekacties: Hervormde Gemeente Lichtenvoorde, 1625-2000
 0648 Hervormde Gemeente Lichtenvoorde, 1625-2000
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Inleiding
1.1. Een bijdrage tot de geschiedenis van de Hervormde Gemeente te Lichtenvoorde
1.2. Een stichtingsgeschiedenis van kerkelijke gebouwen
1.3. Over het kerkelijk personeel
1.4. Gedeponeerde archieven, hun bestaan en taken
1.5. Verantwoording van de inventarisatie
1.5.1. Lotgevallen van de archieven
0648 Hervormde Gemeente Lichtenvoorde, 1625-2000
1. Inleiding
1.5. Verantwoording van de inventarisatie
1.5.1. Lotgevallen van de archieven
Het ontbreken van gegevens over archiefbeheer en verzorging in het kerkelijk archief is niet zo verwonderlijk. De administratie van een kleine hervormde gemeente op het Gelderse platteland moet zeker in de 17e en 18e eeuw niet zo omvangrijk worden geacht. Het paste wonderwel in één enkele kist.
In de 19e eeuw komt hierin geleidelijk verandering en nemen de meldingen over getroffen maatregelen met betrekking tot het kerkelijk archief toe. In toenemende mate is men zich ervan bewust geworden, dat archiefbescheiden in juridisch en financieel opzicht belangrijk kunnen zijn of worden, waardoor met name een goede bewaring absoluut noodzakelijk is.
Dit leidt in 1885 tot de aanschaf van een brandkast, waarin de liggers, schuldbekentenissen, contacten en obligaties van de diaconie dienen te worden opgelegd.
Een drietal jaren later is men voornemens om de eerdergenoemde brandkast der diaconie uit de pastorie te doen verhuizen en te plaatsen in de kerk, alwaar het onder de toren in een muurnis en achter een ijzeren deur moest worden ingemetseld.
De predikant en de administrerend diaken zouden van de brandkast en de deur elk een afzonderlijke sleutel moeten krijgen. Dit kerkenraadsbesluit is toen niet uitgevoerd, want in 1905 blijkt het overgrote gedeelte van het kerkelijk archief nog steeds te berusten in een kist op de zolder van de pastorie. Het Provinciaal College van Toezicht stelt in zijn schrijven van 25 april 1905 nr. 69/8, dat een dergelijke situatie niet langer gewenst is, dringt aan op een nauwkeurige inventarisatie van het kerkelijk archief en wenst te vernemen welke maatregelen tot behoud van de bescheiden zullen worden genomen, waarbij het inrichten van een deugdelijke archiefbewaarplaats in de kerk voorkeur geniet.
Het college van kerkvoogden en notabelen berichten het Provinciaal College van Toezicht een paar maanden later dat een kast in de opkamer van de pastorie nader voor het archief zal worden ingericht.
Toch blijft de gedacht van een brandvrije, gemetselde archiefkast in de kerktoren de komende jaren een belangrijke rolspelen, want als op 24 november 1908 tijdens een vergadering van kerkvoogden en notabelen opnieuw de bewaring van het overal verspreid liggende archief ter sprake komt, blijkt er een meerderheid te bestaan voor de uitvoering van een reeds in 1888 genomen kerkenraadsbesluit. Bij schrijven van 16 januari 1909 no. 7/13 verleent het Provinciaal College van Toezicht toestemming voor de bouw van een brandvrije muurkast in de toren, doch stelt uitdrukkelijk dat beschadiging of verlies van archiefbescheiden door vocht uitgesloten moet zijn.
In april 1909 wordt aan de architect Post en de timmerman Manschot de uitvoering van bedoelde werkzaamheden opgedragen *  .
Als echter 27 jaar later Dra. A.J. Maris uit Arnhem een bezoek aan het archief in de kerk brengt, moet zij constateren dat het in de muurkast geplaatste kerkenraads-en kerkvoogdijarchief in grote wanorde is geraakt, zeer vies en stoffig is en veel onder de vochtinwerking heeft geleden.
In haar rapport van 15 januari 1936 stelt zij voor om het archief te laten opknappen en ordenen en dringt zij erop aan de kerkenraad en de kerkvoogdij te berichten dat meer aandacht aan een deugdelijke bewaring van het kerkelijk archief moet worden geschonken *  .
Het duurt echter nog tot 1981 voordat de kerkenraad aan het verlangen van mevrouw Maris gevolg kan geven door meer structurele maatregelen te treffen tot behoud der bescheiden:
- de aanschaf van een brandvrije stalen archiefkast;
- de aanstelling van de koster als archiefbeheerder;
- de inventarisatie en centralisatie van het kerkelijk archief.
Vermeld kerkenraadsbesluit van 23 maart 1981 markeert het einde van een tijdperk, waarin de verzorging en het beheer van het kerkelijk archief niet als optimaal kon worden aangemerkt.
1.5.2. De inventarisatie
1.6. Naschrift januari 2003
1.7. Bijlagen van de inleiding; lijsten van personeelsleden
Inventaris
2.1. Archief van de kerkenraad
2.2. Archief van de kerkvoogdij
2.3. Gedeponeerde archieven
2.5. Aanhangsel
2.6. Aanvulling 2002
Kenmerken
Datering:
1625-2000
Beperking:
50 jaar gesloten
Zorgdrager:
Oost Gelre
Toegang:
inventaris
Auteur:
J. Seekles, H.G. Nijman
Beschrijving:
Godsdienst en levensbeschouwing
Gemeente:
Oost Gelre
Omvang:
7,00
Categorie:
Archiefvormer(s):