1042
Architecten Hebly te Winterswijk en Aalten, 1935-1992 (2011)
Inleiding
De architecten Hebly te Aalten en Winterswijk door M.J. Hebly
Architectenbureau Hebly 1935-1995 ……. 60 jaar Begin 2011 besloot Just Hebly, architect in ruste, zijn 60 jarig architectenarchief in bewaring te geven bij“Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers”in Doetinchem. Hem werd gevraagd een kort historisch overzicht te schrijven, hetgeen hierna volgt.
Het was in 1935, tijdens de crisisjaren, dat de in Rotterdam aan de academie van bouwkunst afgestudeerde architect Willem Hebly zich vestigde in Aalten. Het zich als architect vestigen in Rotterdam was in die tijd (crisisjaren) zeer moeilijk, omdat de bestaande architectenbureaus hun markt stevig tegen nieuwkomers afschermden. Broer van Willem Hebly, Gon Hebly, kwam in die tijd in Aalten, als medewerker van een accountantskantoor, om de boeken te controleren bij de Dutch Button Works in Bredevoort. In het lokale krantje dat hij las in zijn hotel, ontdekte hij een sollicitatieoproep voor een echte architect in Aalten. Hij knipte de advertentie uit en nam hem mee naar huis voor zijn broer Willem. Na overleg met zijn familie en verloofde besloot Willem naar Aalten af te reizen en zich te melden bij de secretaris van de toenmalige Aaltense aannemersbond, dhr. Vreman aan de Meiberg te Aalten. Hij was het die de oproep had geplaatst. Deze was eigenlijk zeer verbaasd dat een architect uit Rotterdam gehoor gaf aan de advertentieoproep in de lokale krant in Aalten.
Hij legde uit dat de oproep eigenlijk een pest-advertentie was geweest naar een oud-collega timmerman, welke zich recentelijk voor architect uitgaf en over de ruggen van oud-collegae aannemers, zijn tekortkomingen corrigeerde. Willem was wel verbaasd over deze mededeling, maar liet zich niet van de wijs brengen. Van een goede bekende van zijn vader, waar hij de groeten aan overbracht, ontving hij meer informatie over Aalten. Inderdaad was er geen afgestudeerde architect in Aalten en waren er wel regelmatig goede opdrachtgevers met name voor de betere woningbouw in de vrije sector. Voor wat betreft de volksaard van de Achterhoekers werd hem meegedeeld dat deze nog al verschilde met die van de Rotterdammers. Echter wanneer je het vertrouwen van de bevolking eenmaal gewonnen had, dan kon je een potje breken bij de Aaltenaren. Via deze kennis kreeg hij ook een adres waar hij eventueel voorlopig in de kost zou kunnen gaan, te weten mevrouw de weduwe Lammers aan de Stationsstraat. Daar heeft hij zich direct gemeld. Behalve dat hij een kamer met kost en inwoning kon huren, werd hij door haar ook in contact gebracht met Jan Ackerman welke naast haar woning een perceel grond had aangekocht, waarop hij een woning met bedrijfspand wilde gaan bouwen.
De dag kon niet beter eindigen. Verheugd terug naar huis, naar de familie en verloofde Lenie Bosman. Hij hoefde niet lang na te denken over een definitief besluit, nadat hij van Jan Ackerman zijn eerste opdracht had ontvangen, om zich in Aalten als architect te vestigen. Het werd een voor Aaltense begrippen in die tijd zeer modern huis dat heden ten dage (2011) al een aantal jaren op de Aaltense monumentenlijst prijkt. Blijkbaar viel het ontwerp van het woonhuis van Jan Ackerman bij veel Aaltenaren in de smaak, gelet op de vele opdrachten welke volgden. Al snel kreeg hij ook een opdracht voor de bouw van een woonhuis voor Henk te Paske aan de Dijkstraat. Dit was een vriend van Jan Ackerman en bouwmaterialenhandelaar. Hij gaf kort daarop tevens opdracht voor de bouw van twee dubbele woonhuizen aan de Whemerstraat te Aalten. Een van die woningen (Whemerstraat 7) kon Willem huren. Hij trouwde in 1936 en heeft daar tot 1967 gewoond en vormde daar een gezin met 9 kinderen. In de eerste jaren had hij de grootste slaapkamer als kantoor ingericht. Na de crises- en oorlogsjaren was er volop werk aan de winkel, o.a. veel wederopbouw van gebombardeerde woonhuizen en boerderijen. De kantoorruimte werd al snel te klein vandaar dat het verplaatst werd naar de bovenverdieping van een groot woonhuis aan de Bredevoortsestraat van mevr. Manschot, tegenwoordig het woonhuis van Arnold Rots.
Al snel was er werkgelegenheid voor drie/vier medewerkers, bouwkundige tekenaars en opzichters. Ik herinner mij de namen van dhr. Arie Haring, dhr. Schuurman uit Varsseveld, dhr. Somsen uit Zelhem, dhr. Jansen uit Miste en dhr. Weigand, een Duitser en een bijzonder goede tekenaar. Afwisselend werkten ook al enkele aankomende ontwerpers zoals Wim van der Zee en Harry Koers bij het bureau. Nog later kwam Bernard Nusselder als aankomend tekenaar in dienst. Deze volgde, na zijn militaire dienstplicht, nog de HTS opleiding en kwam weer in dienst van het bureau. Hij volgde enkele jaren(in de avonduren) de voortgezette bouwkunst opleiding (VBO) te Arnhem. Hij werd toen medewerkend architect. Andere namen van bouwkundige tekenaars en opzichters welke ik mij herinner zijn dhr. Ten Barge uit Aalten, dhr. Hoogeveen uit Winterswijk, dhr. Beijers uit Winterswijk, dhr. Beernink uit Aalten, dhr. Teselink uit Eibergen, dhr. Grotenhuis uit Eibergen, dhr. Hoenderboom uit Neede en dhr. Obbink uit Aalten. Er staan nog enkele gezichten op mijn netvlies waarvan ik de namen ben vergeten, maar waarschijnlijk wel op de tekeningen uit het archief zijn terug te vinden. Het mag niet onvermeld blijven dat Willem Hebly zich zelf niet alleen zag als ontwerpend architect voor zijn opdrachtgevers, maar ook als hun bouwkundig adviseur en vertrouwensman in alle zaken de bouw betreffende. Na het ontwerp het bestek met bestektekeningen, de kostenbegroting, de aanbesteding, de werktekeningen, de directievoering en toezicht op de uitvoering. Vandaar dat hij altijd zocht naar gekwalificeerde en ervaren bouwkundige medewerkers, liefst met een aantal jaren praktijk in de bouw. Willem Hebly dateerde nog uit de tijd dat de architect als de spil in het bouwproces fungeerde. Dat is de afgelopen decennia wel sterk veranderd door de opkomst van de uitsluitend op grote winst gerichte projectontwikkelaars, met daarmee gepaard gaande vele fraudezaken in de bouw- en vastgoedwereld.
In dit overzicht wil ik niet nalaten de waardering uit te spreken over de inzet van alle medewerkers. Zonder die inzet zou het niet mogelijk geweest zijn de vele opdrachten tot volle tevredenheid van de opdrachtgevers uit te voeren. Deze opvatting van de beroepsuitoefening betekende wel dat de officiële honorariumregeling soms ontoereikend was. Concurrenten (vaak éénmans bureaus) en aannemers suggereerden nog wel eens bij aspirant-opdrachtgevers dat Hebly een hele dure architect was. De beunhazen waren soms de helft goedkoper, maar presteerden veel minder dan de helft van de architectenwerkzaamheden volgens de honorariumregeling en verdienden dus vaak meer. Echter bij de eindafrekening van deze beunhazen bleek vaak dat als gevolg van heel veel meerwerk, deze een stuk hoger uitkwam dan de oorspronkelijke architectenbegroting en aanbestedingsprijs. Het kwaad was dan geschied en de opdrachtgever van de slechte architect/beunhaas, hield er zijn mond maar over dicht. Helaas!! Voor beroepsbescherming van architecten hebben Willem en later Just Hebly altijd gepleit. Begin van de zeventiger jaren heeft Just Hebly het mogen meemaken dat de titelbescherming tot stand is gekomen. Just Hebly maakte in die tijd deel uit van het hoofdbestuur van het Nederlands Architectengenootschap (NAG) welke daarna opging in de Bond van Nederlandse Architecten. (BNA) Zodoende droeg hij zijn steentje bij aan de titelbescherming.
In 1957 zette Just Hebly als aankomend tekenaar binnen het inmiddels nieuwe kantoor aan de Hofstraat in Aalten, zijn eerste schreden. Hij was in die tijd in afwachting op zijn oproep voor militaire dienst. Tegelijk volgde hij in de avonduren een voortgezette bouwkunde opleiding voor LTS-ers aan de LTS te Aalten. Hij had zijn MULO-B diploma al op zak, vandaar dat hij een aantal vrijstellingen had voor theoretische vakken o.a. wiskunde, algebra, beschrijvende meetkunde en mechanica. Het vak praktisch bouwen/timmeren van dhr. van de Woestijne vond hij bijzonder interessant. Na zijn dienstplicht kwam Just weer in dienst van het kantoor en volgde de avondopleiding voor de acte N3 te Deventer. Na een jaar vertrok Just naar Rotterdam en werkte daar in dienst van de architecten Meischke en Elffers aan resp. de Lisplein-kerk als opzichter- tekenaar en als bouwkundig tekenaar in dienst van buro Elffers aan het hoofdkantoor van De Nationale Nederlanden aan de Schiekade te Rotterdam. Beide architectenbureaus waren bekend vanwege interessante opdrachten. Just heeft er heel veel geleerd en ervaring opgedaan. In de avonduren vervolgde hij toen nog de opleiding N3 in Rotterdam. Na het 4e leerjaar stapte hij over naar de dag-HTS in Utrecht. Gelet op zijn vooropleiding en werkervaring begon hij in de 2e klas en mocht het 3e praktijkjaar overslaan en behaalde zodoende in 2 jaar zijn HTS-diploma. Just voelde er toen nog niet voor om weer bij zijn vader in dienst te treden, maar koos voor het architectenbureau Nicolai in Emmen. Een bureau met zeer gevarieerde opdrachten. Mevr. Nicolai werkte mee in het buro als binnenhuisarchitecte. Just kreeg een huis toegewezen in de tuinstad Emmen en was van plan er na het trouwen te gaan wonen.
In het midden van de zestiger jaren was er volop werk. De babyboomers uit 1946 traden in het arbeidsproces. Ieder dorp en stad werkte aan uitbreidingsplannen. Er werden bouwsystemen ontwikkeld voor woningbouw en scholenbouw. Willem Hebly had op het terrein van scholenbouw in Aalten al het een en ander gepresteerd. De LTS, de HBS in samenwerking met buro Geels uit Arnhem en de lagere landbouwschool. De eerste en laatste school zijn inmiddels al weer afgebroken. Laatstgenoemde school was het paradepaardje van het Ministerie van Landbouw. De school werd vanuit Den Haag met buitenlandse gasten bezocht. Binnen het bureau Hebly werd in die tijd ook getracht een bouwsysteem voor scholen te ontwikkelen. Je moest daarvoor een bouwcertificaat zien te krijgen van het MVO. In samenwerking met het bedrijf Schokbeton uit Kampen is men daarmee bezig geweest, maar het is niet tot certificering gekomen. Wel werd Willem Hebly, via zijn vriend Wim Postema, toenmalig directeur gemeentewerken in Ridderkerk, in contact gebracht met architectenbureau Nuyt en Heikens te Vlaardingen.
Zij hadden een bouwsysteem voor kleuter- en lagere scholen ontwikkeld met het Symplex element Het element (60cm breed en lokaalhoog) van gasbeton was oorspronkelijk ontwikkeld door een Hollandse bouwkundig ingenieur in Indonesië. Na diens overlijden kwam de weduwe terug in Holland. Via een familielid, de heer Boot (oud-burgemeester van Varsseveld), werd zij in contact gebracht met het architectenureau in Vlaardingen en het aannemersbedrijf Van de Tempel in Vlaardingen. Zij ontwikkeleden met het simplexelement de simplex-school en daar werd door het ministerie een systeemcertificaat voor afgegeven. In 1964 werd een samenwerkingscontract opgemaakt door de architectenbureau’s Nuyt en Heikens en het bureau Wim Hebly, het Buro Rationeel Bouwen ofwel BRB genoemd. De bouwondernemers Van der Tempel uit Vlaardingen en Post uit Lichtenvoorde sloten ook een samenwerkingsovereenkomst, Bouwmaatschappij TEMPO BV. Zij bouwden de simplexscholen. Al snel werd Willem Hebly geheel in beslag genomen door de activiteiten van BRB. In die tijd werd ook nog besloten om het bestaande architectenbureau uit te breiden met een nevenvestiging in Beilen (Dr) waar we een interessante opdracht verwierven van een bekende van inmiddels medewerkend architect Bernard Nusselder. Het was in die tijd dat Willem Hebly zijn zoon Just, welke het in Emmen goed naar zijn zin had, benaderde met het verzoek om medefirmant te worden in zijn architectenbureau. Na goed overleg in de familie en met de echtgenote van Just, werd besloten een firma op te richten: Architectenbureau Wm en M.J. Hebly. Just ging in Winterswijk wonen om reden dat daar meer toekomst lag voor architecten. De plaats zou binnen afzienbare tijd uitgroeien van 25.000 naar 40.000 inwoners. In 2011 staat de teller overigens nog maar op 29.000 inwoners. De bevolking gaat de komende jaren zelfs nog krimpen.
Just trad in 1965 als firmant in een zogenoemd “Going Concern”. Door buitenstaanders wel eens als een gespreid bedje betiteld, maar dat heeft hij zelf nooit zo ervaren. Hij heeft zich duur moeten inkopen, zodat Willem Hebly zijn oudedagvoorziening kon bekostigen. Ook wilde hij zijn overige 8 kinderen niet benadelen door zijn oudste zoon te bevoordelen. Het was daarom hard werken en nog weer in de avonduren studeren aan het Instituut voor Architectuur (IVA) in Utrecht voor het diploma van architect. Dat had je nodig om als architect in het architectenregister te kunnen worden ingeschreven. Een van de eerste ontwerpen van Just Hebly was het woonhuis voor zijn vader aan de Bonifatiusstraat te Aalten, alsmede de woningen voor de heren H.W. en W. Luiten en dhr. van der Schoot. De bouwstijl vanuit die jaren verschilde nogal met die van de dertiger jaren. Het moest eenvoudig en goedkoop zijn. Aan de opdrachten tot verbouw van boerderijen tot woonhuis, zoals voor de heren Sträter en Penders te winterswijk, alsmede het woonhuis in opdracht van dhr. Overmars in Winterswijk kon wat meer aandacht besteed worden aan de vormgeving In 1972 kreeg Willem Hebly een hartinfarct, met als gevolg dat Just Hebly zijn activiteiten in BRB er bij kreeg . Inmiddels had Bernard Nusselder zich in goed gezamenlijk overleg als architect in Beilen gevestigd. In eerste instantie nog in samenwerking met het buro Hebly, na enkele jaren als zelfstandig architect met eigen buro.
Het is te begrijpen dat naar een nieuwe medewerkend architect werd gezocht om de traditionele opdrachten toch goed te kunnen blijven behartigen. We wisten dat BRB niet voor altijd zou blijven bestaan. Er zou eens een eind komen aan de systeembouw voor scholen. Wanneer, dat was toen nog niet te voorzien. De nieuwe medewerkend architect werd dhr. Van der Zalm. Hij was afkomstig van het bekende Rotterdamse architectenbureau van de Broek en Bakema. We dachten een ervaren en gekwalificeerde architect te hebben gevonden, maar helaas. Hij was meer een in zichzelf gekeerde kunstenaar dan een goed bouwkundig ontwerper. Dat paste eigenlijk niet in de burofilosofie van de Hebly’s zoals hiervoor omschreven. De samenwerking met de overige bouwkundige medewerkers was ook niet optimaal. Vandaar dat onze wegen na enkele jaren weer scheidden. In die tijd had zich ook de jong afgestudeerde ir. Gert Jan Kuiper gemeld bij het bureau Hebly. Hij was bijna cum laude in Delft afgestudeerd in stedenbouwkundige architectuur. Hij was in afwachting voor de oproep voor militaire dienst en zou graag zo mogelijk voor die korte tijd in dienst willen treden van bureau Hebly. Just gaf hem een studieopdracht voor een ontwerp van een combinatieschool voor kleuter- en lager onderwijs, de zogenoemde basisschool. Een nieuwe vorm van onderwijs in die tijd. Binnen een tijdsbestek van ruim een half jaar lag er een mooi ontwerp, dat in goede samenwerking met de kennis en ervaring vanuit het buro en het InformatieCentrum voor Scholenbouw in Rotterdam (ICS) tot stand is gekomen. Daarna ging ir. Kuiper in militaire dienst.
Een jaar nadien melde Gert Jan zich al weer. Hij was vervroegd uit de dienstplicht ontslagen en wilde graag in Winterswijk blijven werken. Hij had met het bureau goede ervaring opgedaan tijdens zijn studieopdracht en wilde graag weer aangenomen worden. Omdat de goede ervaring wederzijds was, nam Just hem direct weer aan. Hij paste precies in de traditie en de bureaufilosofie van de Hebly’s. Niet alleen functioneel ontwerpen, maar ook goed uitwerken van het ontwerp in bestek en tekeningen. Kennis hebben van de verschillende bouwmaterialen en bouwprijzen/kosten. Zijn surplus aan kennis op het terrein van stedenbouw kwam bij latere opdrachten goed van pas. Sinds die tijd kwam het accent van de werkzaamheden van Just met name op het terrein van de organisatie en het management van het architectenbureau Hebly en de BRB te liggen. Het onderhouden van de directe contacten met opdrachtgevers, directievoering, netwerken en de PR van beide bureaus verzorgen, om zodoende de werkgelegenheid voor de 6 of7 gekwalificeerde medewerkers te kunnen behouden. Last but not least bleef hij als inmiddels enig eigenaar van architectenbureau Hebly BV natuurlijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor het werk, de prestaties van alle medewerkers. Aan het eind van de zeventiger jaren werd het Bureau Rationeel Bouwen (BRB) opgeheven. Vandaar dat we weer geheel van de traditionele bouwopdrachten afhankelijk waren. Bankgebouwen voor zowel de ABN/Amro als voor de Rabobank in een aantal gemeenten waren mooie opdrachten. Een aantal grotere woningbouwprojecten voor enkele pensioenfondsen o. a. het SFB (het pensioenfonds voor de bouw) waren ook interessant. Nog wel werd met het bouwsysteem ECONORM uit Bunschoten, scholengemeenschap “De Wesenthorst” te Ulft ontworpen en uitgevoerd.
In de loop van de 80er jaren werd echter de werkgelegenheid in de bouwwereld steeds slechter. Zo slecht, dat Just voor één keer als architect voor zichzelf als projectontwikkelaar ging optreden. Dat was eigenlijk tegen zijn eigen principe, om altijd alleen als onafhankelijk adviseur voor opdrachtgevers op te treden. Hij ontwikkelde aan de Wheme te Winterswijk, op de locatie van voorheen huis- en kunstschilder Ter Haar, een gebouw met als bestemming: centrumvoorzieningen. De begane grond werd op tekening al verhuurd als kantoor voor een accountant, er boven waren oorspronkelijk 4 woningen ontworpen. Tijdens de uitwerking besloot Just twee woningen om te zetten in kantoorruimte. Het architectenbureau Hebly verhuisde in 1986, van Aalten naar Winterswijk. “Ontdek je plekje”, “Geef uw bedrijf een eigen gezicht” en “Nieuw elan in Winterswijks centrum” kopten enkele lokale kranten. Just was blij met de positieve beoordeling. Hij hoopte natuurlijk dat door zijn bijdrage aan het verbeteren van het centrum van Winterswijk er meer opdrachten zouden volgen. Dat was in die tijd wel nodig om de werkgelegenheid voor alle gewaardeerde medewerkers te kunnen behouden. Als architectenbureau waren we tot het midden van de 80er jaren in staat grote opdrachten uit te voeren. In samenwerking met ir. Wim Hebly, de jongste broer van Just, welke zich inmiddels in Zwolle gevestigd had als architect, deden we mee aan een prijsvraag voor het hoofdkantoor voor Waterleidingsmij. Overijssel (WMO). Met een minimaal verschil in beoordeling werd de prijs gewonnen door het meer landelijk bekende architectenbureau Bonnema. Van projectontwikkelaar De Kant te Den Haag kregen we opdracht voor het ontwerp van een groot winkelcentrum met woningen, een sociaal-cultureel centrum en bibliotheek te Haren (Gr). De grootste opdracht uit het bestaan van het bureau. We kregen het ontwerp wel redelijk betaald, echter het project was voor die tijd niet haalbaar in Haren.
Omdat de werkgelegenheid niet verbeterde, ondernam Just in 1985 ook nog een reis naar het Verre Oosten, naar Maleisië en Singapore, met de verwachting dat daar misschien nog werk te halen was in het kader van ontwikkelingshulp. Daarvoor had hij samenwerking gezocht met constructie-adviesbureau Nip uit Rotterdam en electro-installatie adviesbureau Kuilwijk in Zelhem. Met beide bureaus had hij zeer goede ervaring bij eerdere grotere opdrachten binnen het bureau. Ze vormden voor deze missie een samenwerkingsovereenkomst “Dutch Consulting & Engineering Office (D.C.E.O.). Het resultaat van de reis was een prettige kennismaking met goede bekwame en ervaren collega’s aldaar en de afspraak dat we elkaar over en weer van dienst zouden kunnen zijn indien wij opdrachtgevers zouden hebben voor bouwopdrachten in elkaars landen. Helaas is daar niets van terecht gekomen. Wel was de reis heel indrukwekkend, een bijzondere, blik-verruimende en leerzame ervaring. Kennismaken met een totaal andere cultuur. Maleisië is een land van high tech en tegelijkertijd ontwikkelingsland. Singapore, de mainport voor het verre Oosten. Op het terrein van architectenwerk hoefden we ze niets te leren. De landelijke architectenorganisatie in Maleisië schermde de markt voor Westerse architectenbureaus ook min of meer af. Ondanks de grote inspanningen om de werkgelegenheid binnen het bureau in stand te houden verslechterde de tweede helft van de 80er jaren de werkgelegenheid in de bouwwereld nog meer. Voor een aantal medewerkers moest de ontslagprocedure in gang worden gezet. Het was voor beide betrokken partijen, zowel werkgever als werknemers, bijzonder emotioneel. Temeer omdat ze al zolang en goed samengewerkt hadden en in staat waren grote opdrachten goed uit te voeren. Gelukkig vonden alle medewerkers in de loop van enkele jaren weer een nieuwe werkplek in de bouwwereld.
Begin 90er jaren werkte Just in zijn eentje de lopende opdrachten af. In 1992 stapte hij over naar het onderwijs aan de HAN te Arnhem. In 1995, na 60 jaar, sloot architectenbureau Hebly zijn deuren. Bij Just ontbrak de moed om als eenmans-bureau door te gaan met name ook vanwege steeds toenemende bureaucratische regelgeving, ondeskundige ambtelijke bemoeienis en het feit dat er maatschappelijk en politiek onvoldoende draagvlak was voor beroepsbescherming van de allround, goed opgeleide architect. Voor Just nog steeds onbegrijpelijk omdat de bouwpraktijk de afgelopen jaren regelmatig uitwees dat de functie van de architect in het bouwproces als onafhankelijk adviseur en vertrouwensman/vrouw van de opdrachtgever heel belangrijk is, vooral om bouwfraude te voorkomen en een goede prijs-kwaliteitsverhouding te waarborgen voor de opdrachtgevers. Misschien komt het er hopelijk in de toekomst toch nog eens van. Winterswijk september 2011 Just Hebly
Naschrift Tijdens het schrijven van dit korte historisch overzicht kwamen vele herinneringen met betrekking tot de inbreng van zeer gewaardeerde medewerkers, gebeurtenissen tijdens de uitvoering en de relatie met veel bijzondere opdrachtgevers bij mij naar boven. Het was om die reden dat ik een grote emotionele binding had met het archief en het daarom moeilijk vond om het uit mijn woon-kantoorruimte aan de Wheme te Winterswijk te zien vertrekken. Tegelijk gaf het mij een goed gevoel dat het nu opgeslagen is bij Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem. Het zal er goed bewaard worden is mij verzekerd. Inzage door oud medewerkers, opdrachtgevers en andere belangstellenden is altijd mogelijk, echter zonder toestemming van eigenaar of erfgenaam is kopiëren of gebruik maken van het werk niet toegestaan. Misschien komt er nog eens een erfopvolger als architect en neemt deze erfgenaam (kleinzoon/dochter?) het archief nog eens weer in gebruik.
Doetinchem, maart 2012 H.G. Nijman
Inventaris
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||