erfgoedcentrum achterhoek liemers

Voorstelling Vive la Hollande en lezing Tussen de raderen

vrijdag 30 november om 14.30 uur (inloop 14.00 uur)

In de lezing Tussen de raderen vertelt Mario Monasso over de lotgevallen van zijn oorspronkelijk uit Friuli afkomstige voorouders en de cruciale rol die WO 1 in hun leven speelde. In de tweede helft van de 19e eeuw zwierven de broers Antonio, Felice en Giovanni Monasso - op zoek naar werk en een betere toekomst – langdurig door Centraal  Europa, de Balkan, Oostenrijk en Duitsland.
Omstreeks 1896 vestigden de drie broers zich in Bocholt waar ze een goed lopend terrazzobedrijf opbouwden. Het uitbreken van WO1 in 1914 blokkeerde een verdere ontwikkeling van dat bedrijf. De Monasso’s - Italianen immers - werden toenemend vijandig bejegend door de Duitse autoriteiten en de lokale bevolking. In mei 1915 werd een langer verblijf in Bocholt  zo risicovol dat een vlucht naar het neutrale Nederland onvermijdelijk was en vond men onderdak in Aalten. Vele nazaten van de Monasso’s leven ook nu nog in de Achterhoek.

In Vive la Hollande! vertelt theatermaker Jos Spijkers over de eerste wereldoorlog en het leven van de soldaten verbeeldt hij aan de hand van brieven, dagboeken, kranten en foto’s. Rinus Prinsen bestudeerde het in het Erfgoedcentrum aanwezige fotoalbum van het quarantainestation te Didam* en voorzag enkele van de daar gedetineerde vluchtelingen van een identiteit. In de voorstelling vertelt hij hierover. Zwaan Stam zingt oorlogs- en anti-oorlogsliederen uit die tijd.

Locatie: centrale hal in ’t Brewinc, IJsselkade 13 te Doetinchem. Gratis entree (consumpties voor eigen rekening)

Tot en met 31 december 2018 is in het Erfgoedcentrum, eerste verdieping ’t Brewinc, de tentoonstelling over het quarantainestation te Didam te zien.

*Bijna heel Europa was betrokken bij de Eerste Wereldoorlog die precies 100 jaar geleden eindigde. Nederland bleef buiten de strijd. Wel waren de mannen gemobiliseerd, heerste er schaarste en vluchtte een miljoen Belgische vluchtelingen naar hier.
Ook werden duizenden gevluchte geallieerde krijgsgevangenen, deserteurs en andere oorlogsvluchtelingen uit voornamelijk Frankrijk, Engeland en Duitsland geïnterneerd. Aangekomen in Nederland verbleven zij eerst in de zogeheten quarantainestations uit vrees voor de verspreiding van besmettelijke ziekten als pokken en vlektyfus (en later de Spaanse griep) onder de Nederlandse bevolking. Zo ook tussen 1917 en 1919  in het quarantainestation te Didam. Uiteindelijk verbleven hier zo’n 12.000 krijgsgevangenen.