erfgoedcentrum achterhoek liemers

Slotdeel Nemaho ging me aan het hart

Nemaho ging me aan het hart is alleen in digitale uitgave beschikbaar en hier kosteloos te downloaden.

 

Vanaf 14 september 2020 is op deze site een unieke historische bron in te zien: het slotdeel van Nemaho ging me aan het hart: de door Jan Kramer beschreven geschiedenis van de Nemaho aan de hand van verhalen van direct betrokkenen. 

De Nemaho, de (Eerste) Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructies, opgericht in 1921, was ooit een van de belangrijkste Doetinchemse bedrijven. Het bedrijf was gespecialiseerd in het maken van gelijmde houten spanten en was lange tijd koploper op dit gebied. De spanten dienden als dragende constructie van gebouwen als kerken, boerderijen, scholen, opslagloodsen, zwembaden en fabrieks- en sporthallen. De spanten hadden enorme afmetingen. De grootste overspanning, 75 meter, was lange tijd die van de in 1968 gebouwde Leidse Groenoordhal. Al vanaf 1935 kwam de wereldwijde export van spanten op gang en begeleide Nemaho talloze projecten onder andere in Curaçao, Colombia, Zuid- en West-Afrika en Australië. Vanaf de jaren zeventig en tachtig volgden het Midden-Oosten en Maleisië. In 2009 is de fabriek failliet verklaard.

In 2014 ontving het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers van de laatste directeur van de Nemaho, Leo Stronks, het bedrijfsarchief. Deze schenking leidde in de zomer van 2015 tot deelname aan een provinciaal project over de Gelderse maakindustrie met de tentoonstelling Nemaho (1921-2009), eens wereldleider in gelijmd hout. Tegelijkertijd ging een oral history-project van start dat voor het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers werd uitgevoerd door Jan Kramer. Hiervoor interviewde hij oud-directeuren, oud-werknemers en andere betrokkenen. Deze interviews zijn vastgelegd in de online publicatie Nemaho ging me aan het hart. Hierin komen 25 geïnterviewden aan het woord. 

Elke geïnterviewde - timmerman, tekenaar, calculator, constructeur, projectleider, directeur - vertelt een eigen verhaal waardoor de geschiedenis van de Nemaho vanuit verschillende invalshoeken wordt belicht. Prachtige verhalen van mannen die soms wel veertig jaar voor de Nemaho werkten en voor wie werk en privé in elkaar overvloeiden. De publicatie is een tijdsdocument in woord en beeld waarin bedrijfsvoering, produceren en werken in de vorige eeuw (tot 2009) en persoonlijke belevenissen en contacten op het werk zijn beschreven. De mondeling overgedragen geschiedenis is aangevuld met informatie uit schriftelijke bronnen, die Jan Kramer veelvuldig voor de publicatie heeft geraadpleegd. Naast literatuur raadpleegde hij verschillende archieven, waaronder het Nationaal Archief voor de beschrijving van de oorlogsperiode. Want net als veel andere Nederlandse bedrijven moest de Nemaho tijdens de bezetting opdrachten voor de Duitsers uitvoeren. Aparte hoofdstukken behandelen aspecten als de directeuren en eigenaren, het moederbedrijf houthandel William Pont, de financiële crisis (van het bedrijf) in 1988, het transport van spanten, de montage op de bouw en de projecten in het Midden-Oosten.

Dat Jan Kramer van huis uit graficus is, blijkt uit de gedetailleerde illustraties van zijn hand. Hierin worden onder andere het productieproces van plank tot spant, het Nemaho-terrein in 1967 en de talrijke locaties van handelscontacten en bouwprojecten in het buitenland overzichtelijk vastgelegd. Tevens is de publicatie voorzien van vele foto’s, vaak afkomstig uit privébezit van betrokkenen. In een aantal gevallen is gesproken met echtgenotes of kinderen van oud-betrokkenen die het verhaal van de overledenen vertelden. Zo werd het directeurschap van ir. Harry Ernst Deleth (1934-1968) belicht door zijn zoon en dochter, die de Nemaho ‘pa’s levenswerk’ noemen en vertellen andere kinderen over het wonen in een van de witte houten bedrijfswoningen en in de toren in het poortgebouw van de Nemaho.

Alle geïnterviewden gaven blijk van een hechte band met de Nemaho en waren unaniem van mening: ‘Het is eeuwig zonde, dat zo’n bedrijf is verdwenen.’