erfgoedcentrum achterhoek liemers

ZOEKHULP
1.2. Geschiedenis van het archief (Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
Uw zoekacties: Huis Bergh, (828) 1227-1842
x0214 Huis Bergh, (828) 1227-1842

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de datering, omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere. Als de datering jaartallen tussen haakjes bevat, betekent dat dat er zich stukken in het archief bevinden die buiten de datering van het 'archiefblok' vallen.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0214 Huis Bergh, (828) 1227-1842
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1.1. Voorwoord
1.2. Geschiedenis van het archief
sluiten
0214 Huis Bergh, (828) 1227-1842
1. Inleiding
1.2. Geschiedenis van het archief
Het in den hierna volgenden inventaris beschreven archief van het Huis Bergh heeft voor het grootste gedeelte vanouds op het Huis Bergh berust. Hoe de bewaring en het toezicht in de jaren vóór c. 1450 geregeld waren, is ons niet bekend. Wij kunnen alleen nagaan, dat in het midden der 15de eeuw de Berghsche kanselarij een zekere consolidatie onderging, want uit dien tijd dateeren de eerste rekeningen van den rentmeester van het land van den Bergh, welke na de afhooring in de kanselarij werden ondergebracht, en in dien tijd werden de eerste copieboeken aangelegd.
Een bepaalde oorzaak voor deze regelingen is niet aan te wijzen; vermoedelijk heeft het wijze beleid van Willem van der Leck, eersten heer van den Bergh uit zijn geslacht (1416-1465), gepaard aan toenemenden invloed en welstand, in een tijd van vrede met de naburen en vreedzame uitbreiding van grondgebied, ook den wensch tot een betere inrichting van de administratie en haar archief tot verwezenlijking gebracht.
Uit verschillende gegevens valt op te maken, dat op het Huis Bergh de centrale administratie werd gevoerd, behalve voor de heerlijkheid Hedel, het patrimonium van Willem van der Leck, en gedurende den meesten tijd als secundogenituur met de bezittingen van het hoofd van het geslacht, den heer van den Bergh, geen geheel vormende.
Van een afzonderlijk archief op het huis Bylandt, sedert c. 1350 vereenigd met het Huis Bergh, is niets bekend, al kunnen wij natuurlijk wel aannemen, dat de rentmeester, evenals zijn ambtgenooten van andere rentambten, een aantal administratieve stukken geregeld in bewaring had.
Waar de kanselarij op het Huis Bergh in de oudste tijden was, is niet meer na te gaan. Wel weten wij met zekerheid, dat zij in de 17de en 18de eeuw gevestigd was in den ouden kanselarijtoren, thans nog bekend als "de brouwerij", namelijk in den meest noordelijken toren van den voorburcht. Toen in 1799 het kasteel als seminarie werd verhuurd, werd het archief overgebracht naar den ouden schanstoren aan de Zuid-Westzijde van den voorburcht, die thans ook nog tot bewaring van het oud-archief is ingericht.
Met de groote uitbreiding van de bezittingen van de graven van den Bergh door het huwelijk (1506) van jonggraaf Willem van den Bergh met Anna van Egmond, erfdochter van de heerlijkheden Boxmeer, Haps, Spalbeek en Stevensweert, alsmede van een aantal goederen in de Over-Betuwe en op de Veluwe, kwam een einde aan de eenheid van bewaring van het archief. De reeds sedert lange jaren bestaande Egmondsche administratie bleef gehandhaafd, hetwelk zijn nut had, daar bijv. Boxmeer na het overlijden van graaf Oswald van den Bergh (gest. 1546) herhaaldelijk afzonderlijke heeren gekend heeft.
Ook de administratie van de in 1607 gekochte heerlijkheid Dixmuden, hoewel een afzonderlijk rentambt, bleef aan die van Boxmeer verbonden.
Het huwelijk van graaf Herman van den Bergh met Maria Mencia van Witthem, erfdochter van het markiezaat van Bergen op Zoom c.a. (1599) had op de inrichting der Berghsche kanselarij weinig invloed. Wel zijn in de Berghsche minutenboeken enkele acten betreffende Bergen op Zoom te vinden, en ook waren in het Berghsche archief een aantal charters en stukken betreffende de administratie van het markiezaat en de daarmede annexe Belgische heerlijkheden terecht gekomen-evenals dit andersom het geval was-maar over het algemeen bleef de zelfstandigheid der Berghsche kanselarij gehandhaafd. Ook het huwelijk (1625) van graaf Albert van den Bergh, heer van Boxmeer, met zijn nicht Maria Elisabeth van den Bergh, na den dood van haar vader graaf Herman (1611) gravin van den Bergh en markiezin van Bergen op Zoom, bracht hierin geen verandering.
Na afloop van het groote proces over de nalatenschap van de in 1633 overleden gravin Maria Elisabeth tusschen haar weduwnaar graaf Albert en haar oom graaf Hendrik van den Bergh, kwamen Bergh en Boxmeer aan graaf Albert, Bergen op Zoom c.a. met Hedel en Spalbeek aan de dochter van graaf Hendrik, waarmede een definitieve splitsing van de bezittingen en daarmede van de desbetreffende archieven tot stand kwam.
Het archief van het markiezaat van Bergen op Zoom berust thans in het Algemeen Rijksarchief in het archief der zoogenaamde Commissie van Breda; dat van Hedel is na den door de Staten van Gelderland betwisten verkoop van deze heerlijkheid door de kleindochter van graaf Hendrik van den Bergh aan haar drossaard Godefroy Frederick van de Pol (1699), verloren gegaan. Enkele fragmenten berusten onderscheidenlijk in het archief van het Huis Bergh en in dat van de Geldersche Rekenkamer (Inventaris no. 1047 en vlg.).
De heerlijkheid Stevensweert, welke aan graaf Hendrik van den Bergh was toebedeeld bij de afwikkeling van de nalatenschap van zijn vader graaf Willem van den Bergh (1598), werd door hem in 1618 afgestaan aan zijn gewettigden zoon Herman Frederik van den Bergh, en vererfde na diens kinderloozen dood (1669) op de erfgenamen van zijn zuster Anna Maria van den Bergh, gravin van Limburg-Stirum-Bronckhorst. Deze zelfde lotgevallen deelde de heerlijkheid Well, die in 1628 door graaf Hendrik was aangekocht. Wat het archief van Stevensweert betreft: na de afbraak van het kasteel (einde 18de eeuw) werd het, althans voor een groot gedeelte, naar het naburige kasteel Walborg overgebracht,-toentertijd eveneens een bezitting van het geslacht Van Hompesch-en eenige jaren geleden verworven door het bisschoppelijk archief te Roermond. Het archief van het kasteel Well werd in 1907 stuksgewijs ten verkoop aangeboden; het grootste gedeelte kwam in handen van graaf Van Limburg-Stirum-Noordwijk, wonende op het huis Offem te Noordwijk, een ander gedeelte in die van graaf Van Limburg-Stirum te Brussel, terwijl met eenige fragmenten het Rijksarchief in Limburg en het archief van het Huis Bergh verrijkt werden. Omtrent deze laatste transactie volgen hieronder nog eenige mededeelingen.
Het uitsterven van het grafelijk geslacht in 1712 bracht geen veranderingen te weeg in de administratie, doch wel de afstand van zijn rechten door graaf Johan Baptist van den Bergh en Hohenzollern in 1758 ten voordeele van zijn zuster, de vorstin van Hohenzollern, en haar gemaal. De administratie bleef wel op het Huis Bergh gevestigd, doch het oppertoezicht berustte sindsdien bij de Vorstelijke hoofdadministratie te Sigmaringen, hetwelk ten gevolge had, dat zich in het Vorstelijke archief te Sigmaringen talrijke acten bevinden, die het beheer der Nederlandsche bezittingen betreffen. Het archiefdepot op het Huis Bergh bleef evenwel vrijwel onaangetast.
Intusschen was in 1748 de financiëele positie van het Huis Bergh van zoo bedenkelijken aard geworden, dat op verzoek van de Gravin de Staten van Gelderland tusschenbeide kwamen en mr. O.P. Hoevel tot administrateur benoemden. Deze wist door zuinig en nauwgezet beheer de bedreigde positie van het Huis Bergh te versterken, en strekte zijn zorgen ook uit over het archief. Een sterk centraal beheer werd ingevoerd; om zich op de hoogte te stellen van de veelsoortige en vaak betwiste rechten van het Huis Bergh liet hij zich vele stukken, vooral uit Boxmeer, overzenden, en verder het archief inventariseeren.
Het verlies van Boxmeer (1794) had ten gevolge, dat ook het archief van deze heerlijkheid in vreemde handen kwam en voor het grootste deel verloren ging. Wat er thans nog van over is, bevond zich voor het meerendeel sedert de bovengenoemde maatregelen van mr. Hoeve] reeds in het einde der 18de eeuw op het Huis Bergh, terwijl een aantal andere stukken door het hieronder te bespreken ruilcontract van den Staat der Nederlanden met het Huis Bergh (1928) uit het archief van de "Commissie van Breda"-beheerster der Boxmeersche goederen van 1794-1799-aan het Huis Bergh overging.
De liquidatie van een groot gedeelte der Nederlandsche bezittingen van het Huis Hohenzollern-Sigmaringen in de 19de eeuw had vrijwel nooit afstand van archivalia ten gevolge, en slechts een paar op het geslacht Hohenzollern betrekking hebbende stukken werden na den verkoop van het Huis Bergh in 1912 door den vorigen eigenaar teruggevraagd. Bovendien is van het overigens slechts geringe aantal stukken, dat in den loop der 19de eeuw voor verschillende doeleinden naar Sigmaringen werd opgezonden, een groot gedeelte bij een ruilovereenkomst in 1930 weder in het bezit van het Huis Bergh gekomen.
Het archief van het Huis Bergh bestaat derhalve thans uit de volgende hoofdbestanddelen:
1e. Het Berghsche archief.
2e. Een deel van het archief van Boxmeer.
3e. Een deel van het archief van Stevensweert.
4e. Enkele stukken van de archieven van Hedel en Well.
5e. Stukken op andere wijze in het archief Bergh gekomen, waaronder de voornaamste zijn:
a. De stukken, afkomstig van de heeren Hoevel, administrateurs van het Huis Bergh.
b. Het archief van de Berghsche boschmarken, gedeponeerd in het archief Bergh.
c. Het archief van het klooster Sonnenberg bij Kampen, dat, als volkomen op zich zelf staand archief, afzonderlijk geïnventariseerd is, en niet in dezen inventaris is opgenomen.
Wat het eerste en voornaamste bestanddeel, het eigenlijke Berghsche archief, betreft, zoo kan men het, voor wat aangaat de 17de en 18de eeuw, vrijwel volledig noemen; in de archivalia van de daarvóór liggende eeuwen zijn betreurenswaardige lacunes te constateeren, die eensdeels te wijten zijn aan de deponeering van bestanddeelen te Boxmeer of te Hedel, zoodat zij het lot van de daar geplaatste archieven deelden, andersdeels aan het gebruik maken van archiefstukken in de vele en belangrijke processen, door de heeren en graven van den Bergh voor verschillende gerichten gevoerd. Deze categorie van stukken bleef vaak onder den procureur berusten of ging deel uitmaken van de procesdossiers van het betrokken gericht of hof, en slechts in enkele gevallen mocht het ons gelukken deze stukken in de Rijksarchieven terug te vinden.
Ook zullen de lotgevallen van het Huis Bergh in de eerste jaren van den tachtigjarigen oorlog ongetwijfeld een noodlottigen invloed op het archief gehad hebben, evenals den door den hofraad Eppeln van den Rayhoff in 1735 op het Huis Bergh gestichten brand, waardoor het grootste gedeelte van het kasteel verwoest werd. Tenslotte is het niet onwaarschijnlijk, dat zekere bestanddeelen van het grafelijk archief nooit in het archief Bergh berust hebben, omdat de Graaf in quaestie (b.v. graaf Herman, 1598-1611) door den politieken toestand vrijwel nooit op het Huis Bergh verbleef, terwijl met zekerheid uit de aanwezigheid van een gedeelte van het archief van graaf Willem van den Bergh (correspondentie over de jaren 1560-1565) in het Koninklijk Huisarchief valt te concludeeren, dat deze graaf een deel van zijn archief mede heeft gevoerd naar het veilige Dillenburg, toen de Spaansche wraak hem bedreigde (1568). Het is aan het Huis Bergh niet gelukt deze laatste stukken met zijn archief te hereenigen.
Zooals boven reeds medegedeeld is, werd door verschillende omstandigheden een deel van het archief van Boxmeer voor het Huis Bergh behouden, terwijl een ander deel, dat in het archief van de "Commissie van Breda" berustte, door het Rijk werd afgestaan.
Reeds sedert eeuwen berustte een deel van het administratieve archief van Stevensweert op het Huis Bergh. Wellicht is de tijdelijke vereeniging met het graafschap Bergh onder het bewind van graaf Hendrik van den Bergh (1635-1638) hiervan de oorzaak. Een ander en veel grooter gedeelte werd voor eenige jaren door dr. Van Gils te Roermond op het kasteel Walborg ontdekt en van den brandstapel gered, waarna hij het afstond aan het bisschoppelijk archief te Roermond. Door goedgunstige beschikking van Z.D.H. den bisschop van Roermond werd een aantal oude rekeningen van de rentmeesters van Stevensweert, die aansloten bij de reeds op het Huis Bergh bewaarde serie, aan het Huis Bergh afgestaan. Als beginsel gold hierbij, dat het archief van graaf Hendrik van den Bergh en zijn bezittingen in Limburg tot op het jaar 1632, reeds gedeeltelijk in het archief Bergh berustende, het beste vereenigd kon worden in dat archiefdepot, waarnaar het, door 's Graven overgang naar de Staatsche zijde (1632) en zijn daarop gevolgd verblijf op het Huis Bergh, in zijn geheel had kunnen zijn overgebracht.
Intusschen is van het archief van graaf Hendrik slechts een klein gedeelte bewaard gebleven; vooral van zijn correspondentie, die zeer uitgebreid moet zijn geweest, is slechts uiterst weinig over. Het is ons niet bekend, waar deze berust, indien zij bewaard is gebleven.
Over de herkomst van de weinige stukken van het Hedelsche archief is hierboven reeds gesproken, terwijl de enkele van Well afkomstige stukken, die bij de jammerlijke verbrokkeling van dat archief in het archief Bergh terecht kwamen, in dezen Inventaris zijn opgenomen, omdat zij evengoed hier als ergens anders een plaats konden vinden. Er moge hier evenwel op gewezen worden, dat deze stukken, voorzoover ze betrekking hebben op graaf Herman Frederik van den Bergh en zijn zuster, volgens het herkomstbeginsel eigenlijk geen deel kunnen uitmaken van het archief Bergh.
Daar er van het Hedelsche archief geen inventarissen bewaard zijn gebleven, is het niet na te gaan, wat er met dit archief verloren ging, terwijl slechts een afzonderlijke studie aan de hand van de oude inventarissen van de archieven van Bergh en Boxmeer zou kunnen uitmaken, wat voor verliezen in den loop der jaren zijn geleden.
Afzonderlijk behoort hier nog melding gemaakt te worden van het zeer belangrijke oudste gedeelte van het archief van de heerlijkheid Haps, dat in 1928 door het Rijk aan het Huis Bergh werd afgestaan. Bij de bespreking van de geschiedenis van Haps in de algemeene inleiding tot den Inventaris is reeds vermeld, ten gevolge van welke omstandigheden deze stukken in het archief van hertog Karel van Gelre terecht waren gekomen, en daardoor in het Rijksarchief te Arnhem waren komen te berusten.
1.2.1. Aanwinsten en verliezen der laatste jaren
1.3. Toelichting tot den inventaris
Inleiding 1932
2.1. Voorwoord
2.2. Inleiding
2.3. Lijst van platen
2.4. Alphabetische lijst der in de inleiding opgenomen stamboomen
Supplement 1932-1957 * 
Toelichting. * 
Bijlagen
3.1. Bijlage I
3.2. Bijlage II
Inleiding 'Varia' * 
De naam Varia is gegeven aan een verzameling geschreven en gedrukte stukken die niet geplaatst konden worden in het kader van de gedrukte inventaris. Ze zijn ten dele afkomstig uit schenkingen of aankopen, doch het grootste gedeelte bestaat uit wel uit het archief Bergh afkomstige, doch-zoals gezegd-niet in te delen stukken. De varia zijn opgeborgen in de rechtse charterkast, na het eigenlijke archief van het Huis Bergh. Wegens het heterogene karakter van de varia is niet getracht een systematische indeling te maken, doch zijn de stukken voetstoots beschreven.
Januari 1968
Mr. A.P. van Schilfgaarde
Inventaris
Inventaris 'Varia'
Kenmerken
Datering:
1227-1842
Raadpleegbaarheid:
De archieven van Huis Bergh berusten in het muntgebouw bij kasteel Bergh te 's-Heerenberg. Voorzover de documenten niet reeds middels aan de webinventaris gekoppelde scans geraadpleegd kunnen worden, is een bezoek aan de raadpleegruimte in het muntgebouw noodzakelijk. Daartoe dient via het centrale adres van ECAL (tel. 0314-787078) een afspraak gemaakt te worden. Het muntgebouw, (Muntwal 1, 's-Heerenberg) is doorgaans dinsdags op afspraak van 09.00 -16.30 uur toegankelijk
Toegang:
inventaris
Gemeente:
Huis Bergh
Omvang:
108,875
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
Information obtained from our archives can not be used without crediting the source and our archive must be mentioned at least once in full without abbreviations.
VOLLEDIG/Full:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 0214 Huis Bergh, (828) 1227-1842
VERKORT/Thereafter:
NL-DtcSARA 0214
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS